Speltherapie

Speltherapie 1. Plaatsbepaling binnen het vakgebied van de psychologie. Psychoanalyse. 2. Oriëntatie van de therapievorm. (Kinder)spel als medium binnen de veiligheid van de therapeutische relatie in de spelkamer. 3. Wat is speltherapie? Speltherapie is ontwikkeld door Anna Freud op basis van de theoretische uitgangspunten van haar echtgenoot Sigmund Freud, toegespitst op de eigenheid van het kind. Het kind krijgt via spel mogelijkheden aangeboden om emoties en belevingen die los komen te verwerken, maar ook om nieuw gedrag aan te leren en te oefenen. In Nederland heeft Joop Hellendoorn het therapeutisch kinderspel verder uitgewerkt in wat bekend is geworden als de beeldcommunicatie, het communiceren middels uitbeelden en verbeelden met behulp van spelmateriaal. Het specifieke van de discipline is: De spelkamer als veilige ruimte, waarin de cliënt in regressie kan gaan, dat wil zeggen terug naar een eerdere ontwikkelingsfase, om al spelende de stagnatie in de ontwikkeling te doorbreken. • het speelgoed dat de mogelijkheid geeft de belevingswereld te verbeelden. Het individuele contact door middel van spel tussen speltherapeut en cliënt. Het spel geeft het kind gelegenheid tot het ontladen van spanning, tot het uiten van gevoelens en tot het experimenteren met allerlei vormen van gedrag. Het kind kan opgedane ervaringen uitspelen en verwerken. Het is voor het kind hét middel tot communicatie met anderen en te delen wat hij beleefd heeft. In het spel onderzoekt het kind zijn eigen mogelijkheden en de reacties van de omgeving. Het gewone spel heeft een therapeutische betekenis daar waar het kind inzicht krijgt in, begrip voor en grip op zijn omgeving, waardoor hij aan zijn problemen een nieuwe betekenis kan geven en hij handvatten aangereikt krijgt om beter om te gaan met moeilijke situaties en omstandigheden. De beeldentaal waarin het kind en de therapeut met elkaar communiceren. Het kind doet ‘alsof’. Het doet alsof de teddybeer het pasgeboren broertje is. Met de dieren van de ark van Noach kan hij zijn sociale omgeving verbeelden en laten zien hoe hij de school en zijn buurt beleeft. Op die manier kan hij zijn wensen, verlangens, angsten en teleurstellingen uitspelen en uitwerken. In het proces dat volgt wordt er uitgeprobeerd, er wordt gevochten, er worden plannen gesmeed, er gaan dingen goed, er gaan dingen mis. Het werken aan het probleem betekent het verlies van het irreële ideaalbeeld. Dit is een rouwproces. Daarvoor in de plaats ontstaat een besef en acceptatie van realiteit en daarmee een beter omgaan met de moeilijke situatie waarvoor het kind in therapie is gekomen. Tegelijkertijd krijgt het kind gereedschap mee om nieuwe problemen gezonder aan te pakken. Doel van de therapie: Het kind krijgt weer contact met zijn innerlijk, meer zelfvertrouwen en een positiever zelfbeeld. Dat leidt tot een positievere relatie met de wereld, een evenwichtiger omgang met anderen en een gezonde aanpak van voorkomende moeilijkheden. Het kind zit beter in zijn vel en is in staat om op eigen kompas te varen. Benodigde vaardigheden van de therapeut: De therapeut moet in staat zijn een sfeer van veiligheid en vrijheid te creëren in de spelkamer en contact kunnen maken met het kind. Zij moet de beeldentaal van het spel kunnen verstaan en ook gebruik kunnen maken van beelden in de communicatie met het kind. De therapeut moet volgend aanwezig kunnen zijn, maar daar waar nodig ook confronterend en directief.

Terug naar overzicht